De autobouwer Stellantis, bekend van merken als Peugeot, Opel, Citroën en Fiat, heeft besloten om te stoppen met de ontwikkeling en productie van waterstofvarianten van hun bedrijfswagens. Wat ooit werd gezien als een veelbelovend alternatief voor zowel fossiele brandstoffen als elektrische voertuigen, lijkt nu een zijspoor te worden voor de autofabrikant. Maar waarom deze koerswijziging? En wat betekent dit voor de toekomst van waterstofmobiliteit?
Stellantis had ambitieuze plannen: in zowel Frankrijk (Hordain) als Polen (Gliwice) zouden waterstofversies van hun populaire bestelwagens, de Peugeot e-Expert, Opel Vivaro-e en Citroën Jumpy, in serieproductie gaan. Die plannen zijn nu definitief geschrapt. Daarmee komt er abrupt een einde aan een traject dat aanvankelijk werd gepresenteerd als een belangrijke pijler in de verduurzaming van het wagenpark.
De reden? Officieel geeft Stellantis geen uitgebreid commentaar, maar insiders wijzen op de hoge kosten, beperkte infrastructuur en de geringe vraag als voornaamste oorzaken. Hoewel waterstoftechnologie veel potentie heeft, vooral vanwege de snelle tanktijden en het grotere bereik, blijkt het in de praktijk nog lastig om het rendabel te maken, zeker voor lichte bedrijfsvoertuigen.
Dat waterstof het aflegt tegen batterij-elektrisch rijden is niet nieuw, maar het besluit van Stellantis is wél een duidelijk signaal. De focus komt steeds sterker te liggen op elektrische voertuigen met accu’s. Die technologie is inmiddels verder ontwikkeld, kent een betere infrastructuur (denk aan laadpunten) en heeft overheden achter zich staan met subsidies en regelgeving.
Voor veel ondernemers in de logistiek en bezorgsector is de keuze inmiddels ook duidelijk: elektrisch rijden is op de korte termijn goedkoper en praktischer dan waterstof. Zeker nu accutechnologie sneller verbetert en actieradiussen toenemen.
Betekent dit het einde van waterstof in mobiliteit? Zeker niet. Grote vrachtwagens, treinen en scheepvaart zijn sectoren waarin waterstof nog steeds volop in ontwikkeling is. Daar waar de energiebehoefte hoog is en elektrische alternatieven (nog) niet volstaan, blijft waterstof een serieuze kandidaat.
Toch is het besluit van een grote speler als Stellantis een reality check: de grootschalige inzet van waterstof in het lichte bestelwagensegment is voorlopig van de baan. Daarmee lijkt de weg vrij voor verdere elektrificatie van de bedrijfswagenmarkt.
De beslissing van Stellantis is illustratief voor een bredere trend in de auto-industrie: focus op wat technisch en economisch nu haalbaar is. Hoewel waterstof een veelbelovend alternatief blijft, met name voor zwaar transport, is het voorlopig nog geen serieuze concurrent voor batterij-elektrische voertuigen op de weg.
De les? Duurzame mobiliteit is geen rechte lijn, maar een dynamisch speelveld waarin keuzes voortdurend worden bijgesteld, op basis van markt, technologie én beleid.